Nieuws...

donderdag 9 januari 2014

Begrotingsbespreking sport 2014

Voor de laatste maal tijdens deze legislatuur besprak Vlaams volksvertegenwoordiger Ulla Werbrouck de begroting sport. 

Bekijk hier het bijbehorende videofragment.

Hieronder kan u haar volledige tussenkomst doorlezen.

Mijnheer de minister, voorzitter, geachte collega’s,

Ik ga mijn toebedeelde vier minuten niet aanwenden om een doorslagje te houden van de discussie uit te commissie.

Collega’s, in het Vlaams Regeerakkoord kreeg het hoofdstuk sport de titel ‘Gezonde Sportbeleving’. In dit hoofdstuk was één van de speerpunten dan ook dat de algemene gezondheid van onze kinderen en jongeren verbeterd moest worden. De recente barometer van de fysieke fitheid (VRIND 2013) toont echter aan dat voor alle leeftijdscategorieën er een stijging merkbaar is van het lichaamsgewicht bij de mediaanwaarden. De extreme waarden nemen zelfs nog toe. Opdracht niet geslaagd dus.

Om kinderen en jongeren een gezonde, sportieve levensstijl aan te leren is de samenwerking sport-onderwijs natuurlijk essentieel. Maar de Vlaamse jeugd krijgt wekelijks slechts twee uurtjes lichamelijke opvoeding voor de kiezen en we weten allemaal hoelang de kinderen dan echt actief bezig zijn. We moeten absoluut de discussie durven voeren of we dit aantal lesuren niet moeten durven optrekken. Daarnaast staat het buiten discussie dat de onderwijsinstellingen meer aandacht moeten besteden aan bewegingstussendoortjes en moet de Vlaamse overheid blijvende inspanningen leveren om de Brede School met sportaanbod verder uit te breiden. In Vlaanderen hebben we een kleine dertig FOLLO-leerkrachten in Nederland meer dan 2.500.

Wat ik ook betreur is dat de Vlaamse overheid geen Strategisch Plan voor Sportend Vlaanderen uitgewerkt heeft, nochtans werd dit expliciet vastgelegd in het regeerakkoord. Zowel ikzelf als de Vlaamse Sportraad betreuren dit omdat we met een dergelijk plan een visie op het Vlaams sportbeleid op lange termijn zouden kunnen uitstippelen. Het zou de fragmentering van het sportbeleid voorkomen door een clustering van de doelen en visies op de verschillende deelgebieden van het Vlaamse sportbeleid samen te brengen.

Inzake sportinfrastructuur heeft u ons in de commissie trachten overtuigen dat u heel veel gedaan heeft. En de eerlijkheid gebied me te zeggen dat u heel wat engagementen inzake sportinfrastructuur aangegaan bent. Maar wat effectief in de praktijk reeds afgewerkt werd, zijn een heus aantal Finse pisten en sportvloeren, 36 kunstgrasvelden, 9 eenvoudige sporthallen en 1 multifunctioneel sportcentrum. Vooral lokale sportinfrastructuur dus. Inzake bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur werd nog effectief niks gerealiseerd of in gebruik genomen. Er werden wel engagementen aangegaan, maar doordat u lang getalmd hebt om op deze behoeften in te spelen, zullen deze projecten slechts in de toekomst gerealiseerd worden. Er is dringend behoefte aan een globale visie, een Vlaams sportinfrastructuurplan, voor het hele Vlaamse sportinfrastructuurbeleid.

In het dossier van de terreinen voor lawaaihinderlijke sporten heeft niet enkel collega Sauwens u in 2009 gewaarschuwd dat de zoektocht via de provincies geen enkel terrein zou opleveren. Ook ik heb meermaals laten blijken dat deze werkwijze niet de te prefereren werkwijze was en dat deze werkwijze geen resultaat zou opleveren. Wat hebben de eindeloze provinciale onderzoeksrondjes anno 2013 opgeleverd? Dat de sector mogelijks vier tijdelijke terreinen in havengebieden zal krijgen??!! Tijdelijke terreinen zijn voor mij een goede tussenstap maar mochten geenszins de finaliteit zijn van de zoektocht van de Vlaamse Regering. Zowel wijzelf als de sector verwachtten meer van de overheid!

Inzake het topsportbeleid is het nog te vroeg om het nieuwe Topsportactieplan III te beoordelen. De aanstellingen van de High Performance Managers verloopt echter niet van een leien dakje en het is absoluut noodzakelijk dat de topsportfederaties hun werking professionaliseren. Ook zijn betere, kwaliteitsvolle toptrainers broodnodig, waarbij we meer prestatiegerichte contracten moeten afsluiten. De topsportscholen mogen dan wel bijgestuurd zijn, maar ik heb nog steeds mijn twijfels of dit tot betere resultaten zal leiden. Volgens mij hadden we moeten evolueren naar één of twee gecentraliseerde topsportscholen. De input staat momenteel niet in verhouding tot de output.

De kwalificatiegraad van de trainers bedraagt ondertussen 40 %. Dit is in stijgende lijn, maar, ondanks de inspanningen van de Vlaamse Trainersschool, is dit nog steeds laag en bovendien is er een grote drop-out van de gekwalificeerde trainers. Het zijn nochtans zij die de sportopleiding en –begeleiding van onze Vlaamse Sportende kinderen en jongeren moeten verzekeren.

Het statuut van de sportbegeleider blijft een knelpunt, waar ik jaarlijks naar moet verwijzen. Het is een federale materie, de Vlaamse overheid heeft een onderzoek laten uitvoeren en aan de federale overheid laten bezorgen, maar het leidt allemaal tot weinig concrete resultaten. Dit terwijl men al jaren dit aanhaalt als een bijzonder pijnpunt voor de sportsector.


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen