Nieuws...

donderdag 14 maart 2013

Topsportactieplan III: 3de keer, goede keer?

Vandaag hervatte de Commissie Sport van het Vlaams Parlement de gedachtewisseling over het Topsportactieplan Vlaanderen III 2013 – 2016. Vlaams volksvertegenwoordiger Ulla Werbrouck vindt het nieuwe plan onderbouwd en gestructureerd, maar heeft grote twijfels of het topsportbeleid met dit plan echte vooruitgang zal boeken. Ulla Werbrouck: “Het nieuwe plan zet overwegend het tot op heden gevoerd topsportbeleid voort, exclusief een aantal bijsturingen. Ik ben er dan ook niet van overtuigd dat dit plan ons naar de vooropgestelde 10 Vlaamse medailles in Rio zal leiden.”

Ondanks ruim een decennia topsportbeleid op min of meer dezelfde manier en stijgende middelen t.b.v. de Vlaamse topsport merken we geen betere sportieve resultaten op. Integendeel zelfs. Sinds 1996 ging de Vlaamse medailleoogst er stelselmatig op achteruit. De spelen van 2012 waren wederom een dieptepunt met één schamele Vlaamse medaille. Ulla Werbrouck: Een topsportbeleid wordt geëvalueerd op basis van sportieve resultaten, op basis van medailles. Op basis hiervan kan maar één conclusie getrokken worden: het topsportbeleid heeft eenvoudigweg gefaald. Er was dus nood aan structurele ingrepen en radicale veranderingen.”

Het Topsportactieplan Vlaanderen III brengt die structurele ingrepen en radicale veranderingen allerminst. Het nieuwe actieplan lijkt trouwens verdacht veel op het Topsportactieplan II. Positief is dat het goed onderbouwd en gestructureerd is, maar voor de rest is het overwegend een beleidscontinuering. Ulla Werbrouck: “De minister stelt dat in het plan twee grote beleidsveranderingen zitten. Ten eerste de focus op tien focussporten en ten tweede de professionalisering van de sportfederaties. Dit zijn echter geen beleidsveranderingen maar overwegend beleidscontinueringen.”

In de Olympiade 2013 – 2016 zal er inzake middelen, trainers en wetenschappelijk begeleiding overwegend ingezet worden op 10 focussporten. De minister verpakte dit begin december als een nieuwe strategie. Focus was het kernwoord en dit moest tot resultaten leiden. Ulla Werbrouck: “In de vorige Olympiade bestond die focus ook al. Toen werd 48,5 mio euro, of 65% van het totale topsportbudget, geïnvesteerd in 9 focussporten. Ook inzake trainers bestond de focus al: In de Pool van Toptrainers werden 15 van de 19 trainers, oftewel 79%, aangesteld in functie van de 9 sporttakken. In de Pool van Jeugdtrainers Topsport was dit 14,25 VTE van de 2VTE, of bijna 60%. Bij de tewerkstellingscontracten werden 57 van de 74 tewerkgestelde topsporters tewerkgesteld i.f.v. de 9 betreffende sporttakken. Procentueel betekent dit 77%. Het is dan ook intellectueel incorrect om de focus in 10 sporten nu aan te kondigen als een beleidswijziging.”

Een ander speerpunt betreft het doorbreken van het spanningsveld tussen de Raad van bestuur van een sportfederatie en de topsportcommissie en het professionaliseren van de topsportfederaties. Ulla Werbrouck: “Het topsportbeleid wordt overwegend gevoerd door de topsportfederaties en daar loopt het veelal mis. Veel federaties zijn nog steeds veel te amateuristisch en ook ontstaat er vaak een spanningsveld tussen de Raad van Bestuur van de federaties en de topsportcommissie die instaat voor het vormgeven van het topsportbeleid.” De minister wilt deze spanning nu doorbreken door de aanstelling van een High Performance Manager als CEO van de topsportcommissie. Ulla Werbrouck: “Volgens mij verandert dit fundamenteel niks aan de huidige situatie. De plannen van de topsportcommissie zullen nog altijd goedgekeurd moeten worden door de Raad van Bestuur. Het bestaande spanningsveld tussen de Raad van Bestuur en de topsportcommissie wordt hierdoor niet doorbroken. Bovendien verhelp je hiermee ook niet het probleem van de amateuristische Raden van Bestuur.”

Maar het Topsportactieplan Vlaanderen III bevat natuurlijk ook een aantal goede ideeën. Zo wordt er werk gemaakt van een betere wetenschappelijke en medische begeleiding. Zo wordt er eindelijk werk gemaakt van een traject voor beloftevolle topsporters naast de bestaande topsportscholen. En zo heeft men de intentie om eindelijk te investeren in trainingsinfrastructuur voor topsport. Ulla Werbrouck: “Investeringen in trainingsinfrastructuur voor topsport zijn dan ook broodnodig. Sinds het begin van de legislatuur werd er slechts 120.000 euro geïnvesteerd in topsporttrainingsinfrastructuur. Nu heeft de minister een spaarpotje van 10 mio euro om trainingsinfrastructuur i.f.v. de 10 focussporten te realiseren. Dat is echter bitter weinig als je de noden kent. De minister had beter de 9 mio euro die hij geïnvesteerd heeft in lokale Finse Pistes en sportvloeren aan dit spaarpotje van 10 mio euro toegevoegd in plaats van lokale besturen te plezieren.”

Ulla Werbrouck besluit: “Het Topsportactieplan Vlaanderen III is in veel opzichten een beleidscontinuering, exclusief een aantal goede bijsturingen. Ik ben er dan ook niet van overtuigd dat Vlaanderen met dit plan erin zal slagen om de vooropgestelde 10 Vlaamse medailles binnen te rijven in Rio 2016.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen