Nieuws...

donderdag 24 oktober 2013

Dossier motorcrossterreinen symboliseert gebrek aan Vlaamse daadkracht.


Vlaams minister van Sport is er nog steeds niet in geslaagd om een consensusplan m.b.t. de lawaaihinderlijke en gemotoriseerde sporten voor te leggen aan de Vlaamse Regering. In juni beloofde hij nochtans ten stelligste een plan tegen september. De minister stelt nu dat hij één van de volgende weken een plan naar de regering zal brengen. Vlaams volksvertegenwoordiger Ulla Werbrouck: “Al meer dan 10 jaar beloven verschillende Vlaamse Regeringen oplossingen doch zonder enig tastbaar resultaat. Het wordt eindelijk tijd dat men vanuit Vlaanderen deze sector iets teruggeeft voor al de mooie sportieve topmomenten die de crosssport ons al geschonken heeft.


In 1990 beschikte Vlaanderen nog 103 permanente motorcrossterreinen. Sinds de invoering van de VLAREM-wetgeving verminderde het aantal terreinen zienderogen. De politiek zag zich in 2002 dan ook genoodzaakt om in te grijpen. Er werd besloten om minimaal 12 en maximaal 15 locaties voor lawaaihinderlijke sporten te voorzien. Van dit alles is niet veel in huis gekomen, getuige de anno ’13 slechts 4 overgebleven Vlaamse omlopen. In 2009 laaide de hoop binnen de sector weer op. Één minister ontving de bevoegdheden Ruimtelijke Ordening en Sport. Een unieke kans om een momentum te creëren. Ulla Werbrouck: “De plotse opstoot van hoop in de sector verdween als sneeuw voor de zon toen bleek dat minister Muyters de hete aardappel wederom doorschoof naar de provincies. Een werkwijze die in het verleden al onsuccesvol toegepast werd. Ik vraag minister Muyters dan ook al sinds 2009, middels een voorstel van resolutie, om vanuit Vlaanderen het heft in handen te nemen in deze complexe materie waar het m.i. onmogelijk is om via de provincies tot een consensus te komen.”

In de periode 2009 – 2013 is Vlaanderen dan ook niet verder geraakt dan verschillende provinciale onderzoeksrondjes zonder enig concreet resultaat. Maar in het voorjaar van 2013 beloofde minister dat hijzelf met een voorstel naar de Vlaamse Regering zou stappen. Hij beloofde hiermee ‘duidelijkheid, maar geen terreinen’. Geconfronteerd met deze uitlatingen in juni 2013 beloofde de minister dat hij in september een plan zou voorleggen. Vlaams volksvertegenwoordiger Ulla Werbrouck interpelleerde vandaag de minister over het uitblijven van dit plan. Ulla Werbrouck: “De minister gaf aan dat binnen geen enkele provincie momenteel een draagvlak bestaat om een gezamenlijk concreet voorstel te doen. De minister beloofde echter om één van de volgende weken een plan te bespreken in de schoot van de regering. Maar eerst zien en dan geloven.”

“Het enige positieve is dat de minister eindelijk, na meer dan vier jaar, tot het besef gekomen is dat in dit uitermate complex dossier een voorstel vanuit Vlaanderen gelanceerd moet worden. Daarom roep ik de minister op om zo snel mogelijk vijf minuten politieke moed en daadkracht te tonen, politieke moed en daadkracht om vanuit Vlaanderen knopen door te hakken in dit dossier waar oplossingen al meer dan een decennium lang op zich laten wachten.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen