Nieuws...

woensdag 18 september 2013

1 jaar Meldpunt Eetstoornissen: slechts 3 meldingen.


In het eerste werkingsjaar van het Meldpunt Eetstoornissen werden in totaal drie topsporters met een specifieke hulpvraag doorverwezen naar gespecialiseerde hulpverlening. Al deze doorverwijzingen gebeurden in de eerste zes maanden van het meldpunt. Dit alles blijkt uit schriftelijke vragen van Vlaams volksvertegenwoordiger Ulla Werbrouck aan Vlaams minister van Sport Philippe Muyters. Ulla Werbrouck: “Topsport is flirten met de grens, zowel fysisch als mentaal. In die zin zijn topsporters vatbaar voor eetstoornissen en is het zinvol dat er voor hen een gespecialiseerde hulpverlening bestaat. Het probleem mag evenwel ook niet gedramatiseerd of overschat worden.”


Topsporters zoeken in hun zoektocht naar sportieve successen hun psychische en fysische grenzen op. Hierbij gaan ze vaak tot het uiterste en dat leidt in sommige gevallen tot verstoord eetgedrag of eetstoornissen. Om dit probleem aan te pakken werd in april 2012 een Meldpunt Eetstoornissen opgericht. Dit meldpunt werd geïntegreerd in het project voedingsoptimalisatie van het BLOSO.

Als ex-topsporter is Ulla Werbrouck zich ervan bewust dat topsporters vatbaar zijn voor een verstoord eetgedrag of eetstoornissen. Maar dit mag tevens niet overdreven worden. Ulla Werbrouck: “Gedurende mijn gehele carrière ben ik slechts in aanraking gekomen met een 4-tal atleten die dergelijke problemen vertoonden. Mijn overtuiging is dan ook dat de overgrote meerderheid van de sporters op een normale manier hun gewicht probeert te controleren. Natuurlijk heb je ook topsporters die over hun limieten gaan. Voor hen is het interessant dat er een gespecialiseerde hulpverlening bestaat.”

Ulla Werbrouck vroeg dan ook aan Vlaams minister van Sport Philippe Muyters hoeveel meldingen het meldpunt in haar eerste werkingsjaar ontving. In zijn antwoord stelde hij dat het meldpunt in het eerste werkingsjaar slechts een hulpvraag van 3 topsporters ontving die doorverwezen werden naar de provinciale hulpverleningsteams. Deze doorverwijzingen vonden allen plaats in de eerste zes maanden na de opstart van het meldpunt. Ulla Werbrouck: “In oktober 2012 gaf de minister nog aan dat hij een stijging van het aantal meldingen - 3 stuks in eerste half werkingsjaar - verwachtte omdat door de toenmalige media-aandacht de gevoeligheid rond dit thema sterk verhoogd werd. Ik had hierover grote twijfels omdat de problematiek de media gehaald heeft in het voor- en najaar van 2012 maar daarna uit de aandacht verdwenen is. Het feit dat al de 3 meldingen plaatsvonden in de eerste zes maanden na de lancering van dit meldpunt geven me hierin gelijk. Het lijkt er dan ook op dat het meldpunt momenteel onvoldoende bekend is bij de Vlaamse topsporters.”

Naast een meldpunt is het ook essentieel dat trainers, begeleiders, coördinatoren maar ook andere topsporters de symptomen van de stoornis kunnen opmerken teneinde snel en adequaat te kunnen ingrijpen. Hiervoor wordt er gewerkt aan een wetenschappelijke validatie van de Sport en Eetstoornissen (SPES) detectielijsten. Vlaams minister van Sport Philippe Muyters laat echter weten dat de wetenschappelijk gevalideerde detectielijsten pas opgeleverd zullen worden tegen de zomer van 2014. Tot dan kunnen coaches, begeleiders, trainers en atleten met vragen wel een normale detectielijst verkrijgen via het meldpunt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen