Nieuws...

maandag 14 mei 2012

Vlaanderen versoepelt 'whereabouts'-wetgeving voor topsporters (11/05/2012, De Morgen)

In Vlaanderen moeten straks minder topsporters hun verblijfsgegevens of 'whereabouts' opgeven. Volgens minister Muyters maakt de nieuwe wetgeving, gisteren goedgekeurd, de strijd tegen doping 'logischer' en 'efficiënter'. Tot voor kort waren iets minder dan 700 Belgische sporters verplicht om elke dag hun verblijfsgegevens kenbaar te maken, 24 uur per dag. Een zware administratieve last voor de topsporters, die geregeld voor problemen zorgde. Tennissers Yanina Wickmayer en Xavier Malisse kregen twee jaar schorsing na 'aangifteverzuim'. De veroordeling zorgde voor veel kritiek op de Vlaamse antidopingwetgeving, ook door antidopingagentschap WADA, dat nochtans wereldwijd de strijd tegen doping reguleert. Vlaanderen deed het dus officieel verkeerd. De nieuwe wetgeving, gisteren goedgekeurd in de commissie Sport, probeert aan de kritiek tegemoet te komen. In de eerste plaats door het aantal 'aangifteplichtigen' te verminderen. In plaats van alle professionele sporters over een kam te scheren, gaat het nieuwe doping decreet differentiëren op basis van 'risico'. Wielrenners (categorie A) moeten nog steeds elke dag één uur opgeven waarop ze beschikbaar zijn voor controle. Bij zwemmers (categorie B) volstaan enkel de trainingsuren. Het idee daarachter is dat de trainingslocatie bij zwemmers vastligt en bij wielrenners niet. Met andere woorden: zwemmers zijn sowieso 'vindbaar' op training, wielrenners niet. Teamsporters (categorie C) zijn alleen theoretisch nog aangifteplichtig. Omdat het in de praktijk volstaat dat een teamverantwoordelijke de trainingsuren doorgeeft. Sporters die geen baat hebben bij dopinggebruik op training, zoals boogschutters (categorie D), moeten geen whereabouts meer invullen. Het kabinet-Muyters noemt het nieuwe systeem "logischer" en "efficiënter". In plaats van 700 zouden nu maar 170 sporters meer onder het 'harde' whereabouts-systeem vallen.

Kritiek
Toch bestaat ook op het nieuwe systeem kritiek. Vooral op de juridische afhandeling na een positieve dopingplas. Ulla Werbrouck, Vlaams Parlementslid voor LDD, is ontstemd omdat een veroordeelde atleet ook in het nieuwe systeem geen beroep kan aantekenen bij een Vlaamse instantie en zich dus niet kan verdedigen in zijn moedertaal. Dat kan alleen bij het internationale tribunaal TAS. Het kabinet-Muyters noemt zo'n Vlaamse instantie echter nutteloos: "Omdat WADA alleen het TAS erkent en een zaak uiteindelijk toch daar terechtkomt", zegt Muyters. "Een eigen beroepsinstantie is dan hoogstens een extra tussenstap, er is geen garantie dat het ook een eindpunt is."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen